Plagen van Egypte

De Plagen van Egypte of de Tien plagen (Hebreeuws: עשר המכות, Eser Ha-Makot) zijn, volgens Exodus in de Hebreeuwse Bijbel, tien rampen die JHWH in het Oude Egypte zou hebben veroorzaakt, omdat de farao de Israëlieten niet toestond Egypte te verlaten. In chronologische volgorde waren dit:

  1. Water verandert in bloed
  2. Kikkerplaag
  3. Luizen of muggenplaag
  4. Steekvliegenplaag
  5. Veepest
  6. Zweren
  7. Hagel
  8. Sprinkhanenplaag
  9. Duisternis
  10. Dood van eerstgeborenen

Sommige uitleggingen stellen dat het ware doel van de plagen was de Israëlieten te doen geloven in de almacht van God. Dit wordt gebaseerd op het feit dat herhaaldelijk te lezen is dat JHWH de farao het vertrek van de Israëlieten liet weigeren, zodat JHWH de farao met een volgende plaag kon treffen. Zo zou JHWH hebben getracht (via de farao) zijn macht te demonstreren aan de Israëlieten. In die zin zou de farao een middel van God zijn geweest en niet zozeer de bestrafte. Dat laatste moest hij slechts zijn in ogen van de Israëlieten.


From Wikipedia, the free encyclopedia · View on Wikipedia

Developed by Tubidy